Fysiek lichaam (stoffelijk lichaam) Dit is het tastbare, materiële lichaam van de mens, het lichaam dat we delen met de mineralenwereld. Het is onderhevig aan fysieke wetten en begint te bestaan vanaf de geboorte en eindigt met de dood.
Etherisch lichaam (levenslichaam) Het etherisch lichaam, ook wel levenslichaam genoemd, is de bron van levenskrachten en vitaliteit. Dit deel van de mens zorgt voor groei en regeneratie.
Astraal lichaam (ziel) Het astraal lichaam is de zetel van emoties, gevoelens, begeertes en verlangens. Het is verantwoordelijk voor de subjectieve belevingen, zoals vreugde en verdriet, en huist ook de abstracte begrippen.
Ik (het Zelf) Het “Ik” is het centrale wezen van de mens, het deel dat individualiteit en zelfbewustzijn brengt. Het Ik maakt de mens uniek en stelt ons in staat om boven instinct en natuur uit te stijgen. In de antroposofie wordt het Ik gezien als een spiritueel aspect dat door de mens in de loop van zijn leven wordt ontwikkeld. Het is de bemiddelaar tussen de lagere lichamen (fysiek, etherisch en astraal) en de hogere geestelijke lichamen.
Geestzelf (Manas) Het geestzelf is het verheven deel van het astrale lichaam dat door het Ik wordt getransformeerd. Het is de spirituele individualiteit van de mens, waarin we onze hogere morele krachten ontwikkelen.
Levensgeest (Buddhi) De levensgeest ontstaat wanneer het etherische lichaam wordt getransformeerd door de kracht van het Ik. Dit proces gaat over het verheffen van onze levenskrachten tot een hoger, spiritueel niveau.
Geestmens (Atman) De geestmens is het hoogste wezensdeel van de mens, waarin het fysieke lichaam zelf wordt getransformeerd en vergeestelijkt. Dit deel vertegenwoordigt het einddoel van de menselijke evolutie, waarin de mens volledig één is