De ruimte kunnen we op twee manieren waarnemen, namelijk:
(A) door dat we een object of ding van buiten waarnemen en ons realiseren dat het object ruimte in neemt,
(B) of door dat we ons realiseren dat we in de ruimte zitten en in de vertes van de ruimte kunnen kijken.
De BinnenWereld (B): Het is lastig om een grens te vinden van de ruimte, waarin we onze voorstellingen en denken beleven. We kunnen als het ware in de verte van deze oneindige ruimte kijken. Deze ruimte beleving (B), zullen we daarom de BinnenWereld noemen.
De BuitenWereld (A): Dingen en objecten nemen we buiten onze innerlijke beleving waar. Deze beleving van de ruimte zullen we daarom de BuitenWereld (A) noemen.
Onze ervaring van ons lichaam is als het ware een tussen vorm. Ons lichaam nemen we als een object in de ruimte waar, maar we zitten er ook in en dus zien het ook van binnen. Onze handen kunnen we bijvoorbeeld als objecten ervaren (A) door ze van buiten te bekijken, maar we kunnen ook van binnen ervaren (B).
De kosmos ervaren we als een ruimte waar we in de oneindige vertes kunnen kijken. Dit zouden dan nu als de BinnenWereld (B) kunnen ervaren.